Fords Centennial, een eeuw vooruitgang!!

Begin 1903 had Henry Ford (1863-1947) zijn fameuze Model A zover productierijp dat er een maatschappij(tje) opgericht moest worden om die productie inderdaad tot stand te brengen. Met een klein groepje technische enthousiastelingen en avontuurlijke kleine investeerders werd op 16 juni 1903 officieel de Ford Motor Company opgericht en ingeschreven in het staats-handelsregister te Lansing, de hoofdstad van Michigan waar Ford te Detroit een werkplaats had gehuurd. Een maand later was de jonge firma feitelijk failliet. 

$ 1,50 per dag

In dat werkplaatsje, gehuurd voor $ 75 per maand, werden een tiental arbeiders, die $ 1,50 per dag verdienden, aan de slag gezet bij de assemblage van de A-Ford. Fords eigen tweecilindermotor (waarvan de twee cilinders kort daarvoor verticaal waren gezet, omdat de tot dan toe horizontale ligging te lawaaiig was: sedertdien staan de meeste cilinders in automotoren rechtop, of bijna rechtop) werd bij de gebroeders Dodge vervaardigd, vervolgens met transmissie en chassis per paard en wagen naar Fords werkplaats vervoerd en daar met een carrosserie van de firma Wilson geassembleerd tot een heuselijk rijdende A-Ford. 

Het kostenplaatje was simpel: voor de mechanische delen rekende de Dodges $ 250, de carrosserie kwam op $ 52, een stoel 16 per stuk, vier wielen $ 26, plus wat andere kleine onderdelen totaal $ 134. Tel daarbij $ 20 arbeidsloon en $ 150 verkoopkosten (advertenties, salarissen en commissie), dan was de nettoprijs van een A-Ford $ 554. Henry Ford bood die dan aan voor $ 750. Tel uit de winst.

Maar de A-Ford werd een succes en Henry Ford kon uitbreiden en bood het volgende jaar al drie compleet nieuwe modellen aan. Alleen, de Fords waren nog lang niet de populaire machines die Henry I voor ogen had: een prijs van dik $ 150 boven de meest populaire auto in de VS van die tijd (een Oldsmobile) verhinderde de massamotorisering die zijn droom was. 

Daartoe had Ford, die niet alleen een gedreven constructeur was, maar ook revolutionaire ideeën omtrent massafabricage bleek te koesteren, een geheel nieuw plan ontwikkeld. Nadat hij met zijn winsten in 1906 zijn meeste partners had uitgekocht zette hij de eerste belangrijke stap: hij maakte naar Europees voorbeeld (gezien tijdens een autorace) zijn nieuwe N-Model lichter dan alle andere Amerikaanse autos en wist die voor $ 650 op de markt te zetten. Nog geen makkelijk betaalbare prijs voor de minder welgestelde massa, maar voor dat geld het beste wat er te koop was. 

Tin Lizzie

Het gebruik van het lichtere vanadium-staal voor de motoren en hitte-bestendigd staal voor chassis en carrosserie in Model N zette de toon voor Fords grootste succes, de T-Ford, dat in 1908 zijn glorietocht begon. Constructief was de T een wonder: viercilindermotor, planetaire versnellingsbak, magneetontsteking, accu en meer revolutionairs en hoewel de prijs nog op $ 825 lag (het jaarsalaris van een onderwijzer) verkocht Ford er binnen een jaar 10.000 stuks van. Een technisch vergelijkbare auto was toen niet voor onder de $ 2.000 te koop. 

Tin  Lizzie zoals het publiek zijn geliefde T-Ford al gauw doopte (Lizzy was het gemeenzame woord voor een trouwe dienstbode), zou in 15 miljoen exemplaren worden gebouwd, hetgeen uitsluitend mogelijk was door de realisatie van Ford´s productie-droom, de lopende band. Hij was de uitvinder van deze nog steeds alom toegepaste methode van massaproductie en de snelheid waarmee dat proces verliep was in die dagen een wereldwonder. Die snelheid was overigens de enige reden dat Ford de T-Ford uitsluitend in zwarte lak aanbood. Niet omdat Henry andere kleuren vond misstaan, maar omdat die specifiek zwarte lak de enige was die snel genoeg droogde om bij de lopende band gebruikt te worden.

Inmiddels hebben andere Fords, om de te beginnen de F-serie pick-ups, de meest verkochte auto in de VS, en later ook de Escort het verkooprecord van Tin Lizzie ingehaald en nadert Ford Motor Company in het Centennial een jaarlijkse productie van 7,5 miljoen stuks. 
 

Flex-Manufacturing

Tegenwoordig worden Fords in 47 fabrieken in 18 landen gebouwd en is het lopende-bandsysteem aanzienlijk verfijnd. Flex-Manufacturing is het nieuwe motto, waarbij nog wel degelijk een productieband wordt gehanteerd, maar waarbij dankzij de ruime inzet van computers op één montagelijn diverse modellen door elkaar heen kunnen worden gebouwd en exact naar de door de klant bestelde specificaties. 

De internationalisering van Ford was al door Henry I begonnen, Het was al in 1908 dat Ford zijn eerste Europese vestiging stichtte, in Parijs. In 1911 overtuigde zijn Engelse importeur Ford ervan dat het voordeliger zou zijn de T-Ford, die al aan zijn opmars die tot massamotorisering van eerst het Amerikaanse volk was begonnen, in onderdelen naar Europa te verschepen en hier te assembleren. De Fordfabriek in Manchester werd zo de eerste transplant ter wereld. Ook gedurende de Eerste Wereldoorlog ging de assemblage er volop door, want de T-Ford bleek zeer geschikt voor militaire doeleinden.  

75 jaar

Vanaf 1911 werden er Fords geïmporteerd in Nederland en ook hier ging men snel over tot assemblage van in kisten aangevoerde onderdelen, aanvankelijk bij een Zaans bedrijf. Ford richtte in 1924 de Ford Motor Company of Holland op, die dus in 1999 75 jaar bestond. Al snel bleek het succes van Ford in Nederland zeer groot: bij een telling in 1928 bleek Ford met 12.336 ruimschoots op de eerste plaats te staan. Het was dan ook logisch dat Ford ook in ons land een assemblagefabriek wilde hebben.  

Rotterdam werd als vestigingsplaats in aanmerking genomen, maar toen Henry Ford in 1930 hoogst persoonlijk naar Europa kwam om de eerste steen voor de fabriek in Keulen te leggen en bovendien om en passant datzelfde in Rotterdam te doen, stelde hij de cruciale vraag: Waar is het water? Hij had immers bepaald dat ál zijn fabrieken voor een efficiënte aan- en afvoer van goederen, grondstoffen en het eindproduct, onmiddellijk aan water moesten liggen - en in Rotterdam was de afstand daarheen 800 meter. Geen water, geen fabriek, besliste Henry Ford en het Amsterdamse stadsbestuur speelde daar slim op in om een terrein direct aan het Noordzeekanaal aan te bieden en met een ongekende slagvaardigheid binnen de kortste keren op te spuiten. Bovendien werd er een speciale haven gegraven, bereikbaar nog vóór de Hembrug, die nog steeds de Fordhaven heet. Fords worden er in Amsterdam echter niet meer gebouwd. 

Zes airbags

Wél worden er in ruime mate Fords verkocht en een moderne Ford staat verder van de T-Ford af, dan de huidige productiemethoden van Henrys eerste werkplaatsje. Wanneer zelfs een compacte auto als een Fiesta al zes airbags heeft, dan blijkt hoe hoog Ford de veiligheid in het vaandel voert, terwijl de betrouwbaarheid door de jaren heen even spreekwoordelijk is gebleven als die van de Tin Lizzie. De Ford Focus bijvoorbeeld, momenteel s werelds meest verkochte auto, eindigde dit jaar (2003) nog als de meest betrouwbare in het gezaghebbende Duitse TÜV-onderzoek. 

Dat Ford al een eeuw lang voorop loopt bij automotieve ontwikkelingen is en blijft een gegeven: is bijvoorbeeld op het gebied van de bescherming van de inzittenden menig mijlpaal bereikt, momenteel heeft de protectie van de kwetsbare medeweggebruikers als voetgangers en wielrijders de aandacht van Fords ontwikkelingsingenieurs. 

Ford Centennial, een eeuw mobiele vooruitgang. 

 

Back